· 

Alle Hens

Impact van grap van onderschat


Schokkend vond kapitein ter zee (TD) Jeroen Hodes de verhalen die hij hoorde tijdens het ontbijt op ‘Coming Out Day’, op 11 oktober. Wat het betekent als je niet wordt beoordeeld op wat je kan, maar op wie je bent. Het Hoofd Maritieme Instandhouding van de Directie Materiële Instandhouding (DMI) was, met 2 andere niet-LHBT+-collega’s, door zijn collega luitenant ter zee 1 (TD) Olav Sinjou voor het ontbijt uitgenodigd. Samen met de minister, staatssecretaris en CDS sprak hij in Den Haag met militairen en burgers uit de LHBT+-gemeenschap.

 

Hoezo ik?”, was de eerste reactie van Hodes toen hij door Sinjou werd gevraagd om mee te gaan. Ik ken Olav al heel lang en zijn geaardheid heeft nooit tussen ons in gestaan. Ik weet wel dat er in de organisatie soms wat spanningen zijn, maar wat voor vormen het aanneemt was mij niet helder. Na het ontbijt was het duidelijk dat er toch meer kan spelen dan je soms meekrijgt. Daarom was het goed om aanwezig te zijn en de verhalen te horen. Wat mij betreft hadden er meer niet-LHBT+-collega’s mogen zijn, zodat we ons ook op dit gebied bewuster worden van ongewenst gedrag op de werkvloer.”

 

Geen slachtofferrol

Sommige reacties op social media bij berichten over Coming Out Day, ook van defensiecollega’s, waren niet mals. Blijkbaar is de acceptatie van collega’s die afwijken van de algemene defensienorm (man, autochtoon en heteroseksueel) voor sommigen nog verre van normaal. De online scheldpartijen doen Sinjou, bestuurslid bij de Stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht (SHK), persoonlijk niet zo veel: “Die zijn te makkelijk gemaakt en komen van een kleine groep mensen. Ik neem het deze mensen ook niet eens kwalijk. Men weet soms gewoon niet beter. Wat mij wel wat doet is dat dit voor veel collega’s binnen onze organisatie anders ligt. Ik zet me in voor een diverse en inclusieve werkomgeving voor iedereen en vanuit SHK specifiek voor de LHBT+-gemeenschap. Ik vind het belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven en elkaar respecteren, waarbij een goeie grap, mits respectvol, echt wel kan. De slachtofferrol moeten we zien te voorkomen, want die draagt niet bij aan een goed dialoog.”

 

Kritisch

Binnen Defensie ziet Sinjou dat collega’s soms niet doorhebben wat de impact van een grap of opmerking kan zijn. Ook zien weinig niet-LHBT+-collega’s het probleem ervan in. “Maar een probleem niet zien, wil niet zeggen dat het er niet is. Daarom is het juist belangrijk dat er aan bewustwording wordt gewerkt. Wij krijgen als SHK nog steeds signalen over uitsluiting en pesterijen. Ook mogelijk toekomstige collega’s vragen of Defensie wel een veilige werkomgeving is voor een LHBT+-er. Het is ons bekend dat collega’s soms overstappen naar een ander OPCO of simpelweg de dienst verlaten, omdat ze homo zijn en niet worden geaccepteerd. De SHK is volgens Sinjou wel kritisch als er signalen binnenkomen. “Wij constateren ook wel dat uitsluiting of pesterijen soms niets te maken hebben met het LHBT+-zijn, maar bijvoorbeeld gewoon met structureel disfunctioneren.”

 

Vertrouwen

Ook commandeur Jan Willem Hartman, directeur DMI, was aanwezig bij het ontbijt. “Ik schrok van de verhalen. Onbegrijpelijk dat dit nog steeds gebeurt binnen onze krijgsmacht; een organisatie waarin je blind op elkaar moet kunnen bouwen en vertrouwen als het erop aankomt. Voor mij werd weer heel duidelijk: we moeten elkaar actiever aanspreken op ongewenst gedrag. Dat gebeurt nog te weinig.” Sinjou onderstreept dat. “’Homo’ is nog steeds het meest gebruikte scheldwoord binnen onze organisatie. Daar zeggen leidinggevenden te weinig van. Het is juist de laag van hoofdofficieren en senior-onderofficieren die zich goed bewust moet zijn van dit soort zaken. Zij dragen immers direct zorg voor een veilige werkomgeving.”

Trots uitdragen

 

Sinjou is er niet op uit om mensen te overtuigen. Wel om bewustwording en een veilige werkomgeving voor iedereen te creëren en behouden. “We maken stappen in de goede richting, maar achterover leunen is nog geen optie. Ik vind het belangrijk me te richten op het positieve, met respect de dialoog voeren, elkaar durven aanspreken op gedrag, vertellen wat het met iemand doet en uitdragen dat je trots mag zijn op wie je bent en trots kan zijn op de organisatie waar je voor werkt.”